Opslag cilinders

» ARTIKELEN
Opslag duikflessen

Inleiding
In principe is bij de vervoer van gevaarlijke stoffen in Nederland (waaronder samengeperste lucht, zuurstof en mengsels daarvan) de PGS 15 en het zgn. “Activiteitenbesluit” van toepassing (zie wettelijk kader voor uitleg). Opslag van gevaarlijke stoffen in (geparkeerde) voertuigen is via het ADR afgekaderd.

Wet- en regelgeving
Bij opslag van samengeperste gassen is deze wet- en regelgeving relevant:

ADR (Accord Européen relatief au transport international des merchandises dangereuses par route): alleen betreffende opslag in geparkeerde voertuigen
PGS 15: publicatie reeks gevaarlijke stoffen, 15 Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
Activiteitenbesluit: Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtrichtingen milieubeheer)
PED (Pressure Equipment Directive): eisen waaraan opslagmedia, zoals duikflessen en buffers, moeten voldoen
WABO (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht): regelt in één loket alle vergunningen benodigd voor opslag in inrichtingen, al dan niet gecombineerd met een vulstation. Deze wet zorg voor aansluiting van alle van toepassing zijnde wetgevingen (denk aan bouwbesluit, activiteitenbesluit, PGS 15, PED, Wet verontreiniging oppervlaktewater, meldingen, wet geluidhinder etc. etc.). Dit betekent dat een vergunningaanvraag met één enkele aanvraag geregeld kan worden. Het bevoegd gezag (voor opslag/vullen ademgassen vrijwel altijd de gemeente) zorgt voor de coördinatie van alle benodigde papieren.

Opslag in een voertuig
Zie artikel "vervoer cilinders"
Er is ook een regel waar je een voertuig mag neerzetten: Het activiteitenbesluit paragraaf 4.1.4, artikel 4.7 lid 1 stelt dat “de afstand tussen een geparkeerde vervoerseenheid met gevaarlijke stoffen en een woning van derden ten minste 20 meter moet bedragen. Deze afstand wordt gemeten vanaf de rand van de vervoerseenheid tot de gevel van de woning. In lid drie is gesteld dat lid 1 niet geldt bij laad‐ en los handelingen. Het is niet ondenkbeeldig dat duikers hun uitrusting de avond te voren gereedmaken en de nacht van te voren klaarzetten in hun auto. Vrijwel altijd zijn de hoeveelheden die sportduikers transporteren in auto’s zo klein dat deze paragraaf uit het activiteitenbesluit (met verwijzing naar het ADR) niet van toepassing is. Het enige waar je dus aan moet denken is dat je in zo’n uitzonderlijk geval de auto verder dan 20 meter van de gevel van de buren (derden) moet parkeren. Veel parkeerplaatsen in de buurt zullen daaraan voldoen. Zet je de auto in de garage, dan geldt onderstaand relaas over opslag in een inrichting. De auto op de oprit mag ook, maar denk ook dan aan die 20 meter t.o.v. de buren.

Opslag in een inrichting
Een inrichting omvat het geheel aan gebouwen, bijgebouwen etc. op een perceel. Dit kan o.a. inhouden: een woonhuis, met bijvoorbeeld losstaande garage, tuinhuisje en schuurtjes; een verenigingsgebouw met compressorruimte en flessenopslag; een vullokaal met compressor ruimte en buffers; een clublokaal met flessenopslag. Het kadastraal perceel vormt het uitgangspunt, niet de individuele bebouwing. Voor de opslag van duikflessen is met in eerste instantie gehouden aan het zgn. activiteiten besluit. Hierin wordt verwezen naar de PGS 15, opslag gevaarlijke goederen. Hoofdstuk 6 behandelt de opslag van gasflessen. Duikflessen kunnen vandaag de dag gevuld zijn met diverse drukken en een grote variëteit aan ademgassen. De druk op de fles (lees daadwerkelijke inhoud) is echter niet van toepassing als het over opslag gaat. Men gaat in de wetgeving altijd uit van zgn. “waterinhoud” . Een 12 liter duikfles heeft dus 12 liter waterinhoud. Lege flessen (of bijna lege) tellen dus even zwaar als een fles, gevuld met 200 bar of zelfs 300 bar. Zolang de totale waterinhoud van de duikflessen tezamen niet groter is dan 115 liter waterinhoud zijn de voorschriften van de PGS niet van toepassing. Samengevat: Tot 115 liter (10 tot 12 flessen) kun je duikflessen (ongeacht het ademgas) vrij opslaan zonder verdere beperkingen, eisen of vergunningen.

Wat zijn de eisen uit het activiteitenbesluit voor opslag van duikflessen?
Paragraaf 4.1.1. artikel 4.1 lid 2 stelt geen benodigde minimum afstand tussen de opslag voorziening en de dichtstbijzijnde woning als er sprake is van stoffen uit ADR klasse 2 (lees: perslucht). Dit betekent dat luchtflessen en luchtbuffers vrij gesitueerd (lees opgeslagen) kunnen worden in een inrichting. Er zijn wel algemene regels over de wijze van opslag maar daarover later meer. Indien niet meer dan 2500 * liter waterkolom ademgasflessen met een zuurstof percentage > 21% aanwezig zijn is er eveneens geen een benodigde minimum afstand tussen de opslag voorziening en de dichtstbijzijnde woning. Samengevat: we kunnen in vrijwel alle gevallen onze duikflessen vrij naar keuze opslaan; ook in onze inrichting (lees woning, schuur, clubhuis). Verder verwijst het activiteitenbesluit naar de PGS 15.
* Paragraaf 4.1.1 artikel 4.1 lid 2 van het activiteitenbesluit spreekt hier over kg ipv liters. Hfst. 6 blz 46, tabel 8 spreekt eenwel over liters wateringhoud. Hoeveelheden duikflessen met een totale inhoud > 2500 liter waterinhoud worden door verenigingen in de praktijk vrijwel nooit gehaald.

Wat zijn de eisen uit de PGS 15 voor opslag van duikflessen?
De PGS 15 stelt in hoofdstuk 6 eisen aan de opslag van gassen in flessen. Voor duiken zijn dit eisen aan persluchtflessen en flessen met “oxiderende” ademgassen, oftewel ademgassen met een zuurstofpercentage > 21%. Flessen moeten zijn gekeurd, vuldruk, lege massa etc. moet worden aangeven en zijn er eisen gesteld omtrent de kleurkenmerken conform NEN 1089‐2 voor gasflessen. Duikflessen zijn hiervan vrijgesteld. Bij opslag is er wel een voorwaarde dat het duidelijk is wat de inhoud van de flessen is. Hoewel niet verplicht is het aan te raden is om nitrox of trimix flessen toch individueel te labelen met een gevaarsetiket conform ADR.

Voor duikflessen zouden dit de volgende labels of combinaties daarvan betreffen:

2 5.1 combinatie
Aanduiding oxiderende stoffen (ADR klasse 5.1) en gecomprimeerd gas (ADR klasse 2) of een combinatielabel

In de ruimte waar duikflessen (> 115 liter water inhoud) worden opgeslagen mogen verder geen materialen worden opgeslagen die niet functioneel zijn voor het beheer van de duikflessen. Sla er dus geen propaanflesje of blikken verf op. Compressorolie kan wel functioneel zijn voor het beheer van duikflessen, als ook de compressor in die ruimte is geplaatst. De brandwerendheid van de opslag moet in de regel 60 minuten bedragen. Duikflessen moeten zo zijn opgeslagen dat ze beschermd worden tegen omvallen. De ruimte waar duikflessen worden opgeslagen moet voorzien zijn van de juiste gevaarpictogrammen conform NEN 3011 (niet roken, geen open vuur)
roken verboden open vuur verboden
Aanduiding Roken verboden en roken en open vuur verboden.


Heb ik een vergunning nodig voor de opslag van duikflessen?
Tot 115 liter waterinhoud is geen vergunning nodig voor de opslag van duikflessen. Hierbij is het zuurstofpercentage van de ademgassen en de vuldruk niet van belang. Maar let op, lege flessen tellen ook mee in het totaal! Voor een opslag van duikflessen met een hoeveelheid boven de 115 liter waterinhoud zijn er grofweg drie mogelijkheden:
1.
Er is een opslag voor ademgassen met perslucht (zuurstofpercentage tot 21%)
2.
Er is een opslag voor ademgassen met perslucht (zuurstofpercentage tot 21%) én met andere ademgassen (zuurstofpercentage > 21%)
3.
Er is een opslag voor ademgassen met andere ademgassen dan perslucht (zuurstofpercentage > 21%).
Een opslag voor “oxiderende of brandbare gassen” (Nitrox of andere ademgassen met een verhoogd zuurstofpercentage) zijn vergunningplichtig als er meer dan 115 liter waterkolom wordt opgeslagen. In geval van combinaties van ademgassen gaat men uit van het meest gevaarlijke ademgas. Dit betekent dat in situatie 2 en 3 er sprake is van een vergunning‐ en/of meldingplichtige situatie indien er meer dan 115 liter waterkolom ademgassen wordt opgeslagen.

Opslag samengevat:
waterinhoud %O2 opslag in voertuig opslag inrichting vergunning/melding
< 115 liter max. 21% geen beperkingen geen specifieke beperkingen nee
>115 liter max. 21% geen beperking, indien hoeveelheid < 1000 liter, anders ADR PGS 15 en voorwaarden vergunning ja
< 115 liter > 21% geen beperkingen geen specifieke beperkingen nee
>115 liter > 21% geen beperking, indien hoeveelheid < 1000 liter, anders ADR PGS 15 en voorwaarden vergunning ja
< 115 liter mix met ademgassen tot en hoger 21% geen beperkingen geen specifieke beperkingen nee
>115 liter mix met ademgassen tot en hoger 21% geen beperking, indien hoeveelheid < 1000 liter, anders ADR PGS 15 en voorwaarden vergunning ja

Wat houdt zo’n vergunning of melding in?
Dit is sterk afhankelijk van het lokale beleid van de gemeente. In het merendeel van de gevallen kan volstaan worden met een zogenaamde melding. Informeer naar de eisen bij de eigen gemeente. Vanaf medio 2010 wordt zo’n vergunning aanvraag totaal geregeld in de WABO (wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Dit betekent dat voor het geheel aan benodigde vergunningen maar één aanvraag behoeft te worden ingediend. Het bevoegd bezag (gemeente) coördineert alle benodigde vergunningen.

Zijn er nog extra eisen als ik opslag combineer met een vulstation en buffer?

Buffers die los staan van de vulinstallatie worden gezien als opslag. De 115 liter waterkolom is dan al snel bereikt. Bij perslucht is er niets aan de hand maar nitrox en dergelijke zijn in zo’n geval vergunningplichtig.
De opslag van duikflessen moet nog bij de bufferhoeveelheid worden opgeteld voor de totale opslag.
Gasflessen (bijvoorbeeld zuurstof) die gebruikt worden voor mengen (op welke wijze dan ook) en direct verbonden zijn met de vulinstallatie, vormen geen opslag maar zijn onderdeel van een samenstel of opstelling. Het kan dus zaak zijn ook een 2e (voorraad) fles alvast aan te sluiten. Of de afsluiter open staat doet niet ter zake.
o Voor de opslag telt de buffer dan niet mee (bij <115 liter waterkolom).
o Vullen met andere ademgassen dan perslucht is sowieso vergunningplichtig.
Als een buffer direct is verbonden (en verbonden blijft) met de vulinstallatie, is er sprake van een samenstel of opstelling.
o Zo lang er sprake is van perslucht in de totale installatie is er geen vergunningplicht.
o Zo gauw er andere gassen dan perslucht worden gecomprimeerd is er automatisch een vergunningplicht. Die geldt voor de gehele opstelling cq. samenstel. In dat geval is de aangesloten buffer onderdeel van de vergunningplichtige opstelling. (de buffer telt echter niet mee in de totale hoeveelheid waterkolom opslag)

Samengevat:
Vullen van andere ademgassen dan perslucht via een installatie is altijd vergunningplichtig. De wijze van opstelling (lees aansluiting) van een eventuele buffer of andere aangesloten gasflessen bepaald of deze als opslag of als samenstel/opstelling moet worden gezien.
Op partitiëel blenden via overhevelen als installatie kan worden gezien is discutabel. Indien gebruik gemaakt wordt van een boosterpomp is zeker sprake van een installatie. Omdat die installatie andere gassen dan perslucht verpompt, volgt dan ook een vergunningplicht.


Bron
- Tim Colenbrander, NOB 3* Instructeur

Links
- NOB (voor o.a. de gerelateerde nieuwsbrieven 33 en 34)
- InfoMil (voor informatie over het activiteitenbesluit en de WABO)
- Overheid.nl informatie en diensten van alle overheden, o.a. activiteitenbesluit ed)
- Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS, voor de PGS 15)

 

Agenda


 
Introductieduik
elke dag in overleg
Interesse? Klik hier

Open Water Diver
elke maand
Meer info? Klik hier

Advanced cursus
elke maand
Meer info? Klik hier

Rescue cursus
elke maand
Meer info? Klik hier

Reanimatie (EFR)
elke 1e zondag
Interesse? Klik hier

PADI specialty's
elke maand
Meer info? Klik hier

Tijdje niet gedoken?
in overleg
Meer info? Klik hier

Het is altijd mogelijk een cursus in te plannen afgestemd op jouw agenda

Activiteitenkalender
1. 21 apr: Spiegelplas
2. 6 mei: fotografie
3. 11 mei: oxygen
4. 19 mei: Beldert
5. 20 mei: Beldert
6. 23 sep: bootduik